Ga naar de inhoud

ESC ervaring Marieke bij Arterra Bizimodu in Spanje

Caca, patata, azada”: mijn jaar als vrijwilliger in Arterra

Ik begin mijn verhaal in november 2024. Toen ik het mailtje ontving dat ik geselecteerd was voor een ESC in Arterra Bizimodu, had ik één heersende twijfel: een project van acht maanden is wel lang, wil ik me voor al die tijd committeren?

Uiteindelijk ben ik van Arterra vertrokken na elf maanden.

En dat is denk ik best een goede samenvatting van mijn ervaring in Arterra: het overtrof mijn verwachtingen. Ik neem jullie mee in mijn ontwikkelingen en hoogtepunten. Maar eerst een kleine introductie van het project.

Arterra Bizimodu is een ecodorp in het noorden van Spanje, in het dorpje Artieda. Dit is een dorpje van ongeveer honderd inwoners die verdeeld zijn over “normale” huizen, een vrouwenklooster, en Arterra; een interessante demografie waar Arterra min of meer goed in geïntegreerd is. In Arterra zelf wonen momenteel ongeveer 30 mensen op vaste basis, en elk jaar verwelkomen zij zo’n tien lange termijn vrijwilligers, en een heleboel meer tijdelijke gasten. Die vrijwilligers zijn verdeeld over het “Arterra team”, die vooral praktisch werken met een nadruk op de groentetuin; en het “GEN team”, die kantoorwerk doen in het hoofdkwartier van GEN Europe. Ik was een van de Arterra-vrijwilligers, in de volksmond “huerta team”, en droeg daarmee bij aan de groentetuin, maar ook aan het maken van groente- en fruitconserven, het koken voor de gemeenschap, en het onderhoud van het gebouw. En ik kan zonder twijfel zeggen dat dit een van de meest leerzame en verrijkende ervaringen van mijn leven is geweest.

Ik stapte Arterra binnen op 1 maart 2025, als eerste van de tien vrijwilligers van ons jaar – ik had er zin in! Daarvóór was ik nooit eerder in een ecodorp geweest, en zelden in Spanje. Mijn beheersing van de Spaanse taal was niet meer dan drie maanden duolingo aangevuld met een beetje bluf en optimisme. En mijn beheersing van de taal van ecodorpen was niet veel beter: ik had nog maar zelden gehoord van termen zoals sociocratie, non-violent communication, en faciliteren. Inmiddels voel ik me min of meer thuis in al deze talen en werelden – een hele ontwikkeling! Al moet ik wel bekennen dat mijn beheersing van het Spaans een beetje ongebalanceerd is; ik kan in het Spaans communiceren over sociocracia en zowel mentale als praktische gereedschappen, maar een drankje bestellen bij een bar gaat soms nog moeizaam. Ach ja, ik zou zeggen dat het eerste belangrijker is.

Mijn ontwikkelingen in taal en taalgebruik zijn natuurlijk makkelijk te merken voor mijzelf en mijn gespreksgenoten, zowel in Spanje als hier. En hetzelfde geldt voor de praktische kennis die ik heb opgedaan: van het telen van allerlei verschillende groenten, tot het koken voor grote groepen mensen, tot het repareren en aanleggen van water- en elektriciteitsinfrastructuur, en zelfs het slachten en schoonmaken van kippen. Ik ben ook enorm dankbaar voor deze lessen, het zijn dingen die ik in een andere context waarschijnlijk niet had kunnen leren, en die altijd nuttig van pas kunnen komen. Toch zou ik zeggen dat mijn belangrijkste lessen van dit jaar op een ander niveau hebben plaatsgevonden, en minder tastbaar zijn.

Want, ik vind het bijna te cliché om toe te geven, maar… Ik voel me een ander mens dan een jaar geleden. Als je feitelijk naar mijn leven kijkt is er niet zo veel veranderd. Ik ben terug op de plek waar ik eerder woonde, en ik ga aan het werk als onderzoeker met als focus duurzame landbouw en biodiversiteit – dit was min of meer mijn plan voordat ik naar Arterra ging. Maar tegelijkertijd voelt het alsof er fundamenteel iets veranderd is binnen in me, iets wat ik moeilijk onder woorden kan brengen. En ik denk dat ik het misschien ook niet onder woorden hoef te brengen; ik stel mezelf zo voor dat meer mensen deze ervaring hebben als ze betrokken raken bij de beweging van ecodorpen. Maar om toch een poging te doen: voor mij betekent het bijvoorbeeld dat ik me iets meer deel voel van een groter geheel; dat ik meer manieren heb om te kunnen omgaan met de beangstigende staat van de wereld; en dat ik ook beter weet welke plek ik in wil nemen in die wereld, en waarom. Deels komt dit alleen al door het netwerk wat ik nu heb in en rondom Arterra, en hun linkjes met een universum aan andere netwerken van mensen die de wereld een betere plek willen maken. En deels komt dit door alles wat ik in Arterra heb beleefd: de vele goede gesprekken tijdens het werk, het eten, onze mentoring-sessies; de interactie met de kinderen die daar opgroeien en zo’n andere jeugd hebben dan de mijne; de waardering en interesse die ik heb gevoeld vanuit de gemeenschap, ook (juist) wanneer ik feedback bracht of andere ideeën had; maar ook simpelweg het fysiek bijdragen aan iets waar ik in geloof. En tot slot, niet te vergeten: al het plezier wat ik heb gehad tijdens dit jaar.

Want als je dit stuk nu leest, dan lijkt het bijna alsof dit jaar een heel serieus jaar is geweest. En niets is minder waar. Of althans, je zou kunnen stellen dat we lol en plezier óók heel serieus namen. En dat speelt net zo goed mee in mijn geweldige ervaring bij Arterra. De vele uren op het land, vaak bestaande uit repetitief simpel werk, boden alle mogelijkheid tot de grappigste gesprekken en het ontwikkelen van een heleboel onderonsjes. Zeker in de zomer, toen het tijdens de laatste uren vaak al zó warm was dat we als het waren dronken werden van de hitte… Niet ideaal voor mijn Nederlandse lichaam (ik snapte ineens ook helemaal het concept siësta), maar wel heel grappig. Zo hebben we bijvoorbeeld bij het planten van aardappels het spel “caca patata azada” bedacht, een Arterra-editie van het bekende “steen papier schaar”: de patata (aardappel) consumeert de mest, de azada (hak) hakt de aardappel kapot, en de caca (mest) maakt de hak vies. Een geweldig spel? Nee, natuurlijk niet. Maar reken maar dat we hier maandenlang van genoten hebben. Het feit dat de aardappeloogst uiteindelijk ontzettend tegenviel wegens een nat seizoen en veel schimmel, deed hier niets aan af.

Ik heb nog veel meer van dit soort herinneringen die zich eigenlijk niet heel goed laten vertalen naar Nederlandse context. “Et voilà”? Hi-la-risch. “Una baja es una baja”? Iedereen in Arterra maakt deze grap nu. Maar het zegt mijn Nederlandse netwerk weinig. En ik vrees dat dit “caca patata azada” effect ook een beetje geldt voor die diepe persoonlijke ontwikkelingen waar ik het eerder over had: moeilijk om écht over te brengen aan de mensen om me heen. Toch weet ik zeker dat de herinneringen voor mijzelf nog lang tastbaar blijven, en dat mijn veranderde kijk op de wereld, mensen, en mijzelf een invloed gaat hebben op de rest van mijn leven. En dat is denk ik belangrijker dan dat ik het kan uitleggen aan vrienden en familie. Ze gaan het wel merken met de tijd.

Betekent dit overigens dat ik vanaf nu in ecodorpen ga wonen? Niet per se, interessant genoeg. Mijn doel is en blijft om te bouwen aan een wereld waar ik in geloof, maar dat mag wat mij betreft ook op andere manieren, dat hangt er vooral van af welke kansen op mijn pad komen. Toch hoop ik wel vanaf de zijlijn betrokken te blijven bij GEN-Europe, en wie weet ook een passieve of actieve rol bij GEN-NL te gaan spelen. En ja, natuurlijk droom ik er wel van om ooit in een ecodorp terecht te komen. En wie weet zelfs Arterra, want ik heb absoluut een stukje van mijn hart daar achtergelaten. Maar dat zien we wel met de tijd.